Hoofdstuk 6


Honger

Op de terugweg waren we beiden lang stil. Mijn hersenen bleven maar rondjes draaien rondom die kus. Want wat betekende dat nou eigenlijk? Kuste hij me omdat hij me rustig wilde krijgen? Of kuste hij me alleen omdat hij die tuthola’s een hak wilde zetten? Of kuste hij me omdat hij mij leuk vindt? Aantrekkelijk vindt? En gaan we dan voortaan gewoon kussen gewoon wanneer wij dat willen? Mag ik hem ook kussen, of moet ik wachten tot hij het initiatief neemt? Zal ik het hem vragen of niet? Of is het stom als ik het vraag? Ik werd gek van alle vragen.

Hij keek serieus achter het stuur, zijn wenkbrauwen tegen elkaar, zijn rechterhand op het stuur, zijn linker elleboog uit het open raam stekend, zijn volle aandacht op de weg.

Ik sprong op toen hij uit het niets, zonder zijn ogen van de weg te halen, ineens vroeg: ‘Ken je die vrouwen?’

In de war door zijn plotselinge vraag antwoordde ik: ‘Hmm … nee.’

‘Waarom geef je ze dan zoveel macht over je emoties?’ Hij haalde even zijn ogen van de weg om de mijne te zoeken. Ze keken op intense wijze en dwars door me heen, net zoals zijn vraag dat deed. Op dat moment vond ik het zo jammer dat ik hem nog maar zo kort kende, want ik had moeite met het interpreteren van zijn vraag. Wat betekende die intense blik? Was hij soms boos?

‘Jij bent de baas over jouw gevoelens. Jij bepaalt. Niet iemand anders.’ Hij remde onnodig hard af, schakelde terug en sloeg linksaf. ‘Vraag jezelf af waarom je voelt wat je voelt. Waarom geloof jij zo snel wat iemand anders zegt?’ Nu wist ik zeker dat hij boos was. Zijn open en dicht gaande neusgaten en zijn knarsende tanden verraadden hem.

In mijn hoofd zocht ik naar een logisch antwoord, want hij had gelijk. Waarom trok ik me zo aan wat die stomme vrouwen over mij dachten? Ineens was het antwoord daar: ‘In mijn hoofd klonk het als waar, wat die vrouwen zeiden,’ mijn stem was zacht en ik haatte hoe onzeker ik eruit zag zo met mijn handen op mijn schoot en mijn blik naar beneden. Maar dan overviel een gedachte mij en durfde ik hem weer aan te kijken: ‘De slechte dingen zijn altijd makkelijk te geloven. Waarom is dat?’

We stonden nu stil voor een rood stoplicht en hij haalde zijn hand van het stuur af om een van mijn handen vast te pakken terwijl hij me krachtig in de ogen aankeek. Zijn blik was zo doordringend, dat het bijna pijn deed, maar het was niet boos meer, eerder teleurgesteld en dat vond ik nog erger. Zijn toon was zoet en geduldig, maar op een manier die me angst aanjaagde: ‘Het is goed je daarvan bewust te zijn en jezelf die vraag te stellen. Verandering begint bij bewustwording. Je gevoel heeft het nooit mis. Er is een reden dat je je voelt zoals je je voelt. En dat is meestal om je je ergens bewust van te maken. Zodat je daarvan leert.’

‘Zou het kunnen dat mijn hart geen idee heeft waar die mee bezig is? Dat het gek is? Misschien is het beter om naar je hoofd te luisteren in plaats van naar je hart?’ Vroeg ik, terwijl ik zag hoe het licht weer groen werd en ik zijn hand weer moest missen omdat hij die weer naar het stuur bewoog.

‘Nee. Je hart heeft altijd gelijk. Je hart weet veel meer dan je hoofd. Dan je geest. Het weet wat het weet, maar het weet niet wat het niet weet. Als er iemand is die uit zijn nek praat, is het je hoofd wel,’ hoorde ik een vleugje humor in zijn stem, ook al zag ik dat niet in zijn gezichtsuitdrukking.

‘Je weet wanneer je de juiste beslissing neemt, wanneer je hart en je geest op een lijn zitten,’ antwoordde hij alsof hij mijn gedachten heeft gelezen.

Ik slikte een paar keer en haalde ergens het lef vandaan om mijn volgende vraag te stellen: ‘Betekent dat dat jij je er nu ook van bewust bent dat je boos op me bent?’

Zijn ogen werden ineens groter en zijn wenkbrauwen gingen omhoog. Na een paar momenten ademde hij een paar keer diep in en uit en het leek erop dat hij zichzelf op die manier probeerde te kalmeren. Inmiddels reden we een dorp uit en de grote open weg op die ons naar mijn berg zou leiden. Ik weet niet hoe lang het duurde, maar het was lang en hij had geen antwoord gegeven. Ik stond op het punt om er iets van te zeggen, maar toen zei hij in een zachte stem: ‘Ja, ik ben me ervan bewust.’ Zijn ogen hield hij op de weg toen hij dat zei.

Het leek erop dat hij het daarbij wilde laten, en dat vond ik echt niet okay, dus vroeg ik: ‘Waarom denk je dat dat is?’

Hij schudde zachtjes zijn hoofd heen en weer en zei tussen geknarste tanden door: ‘Omdat jij het niet ziet. En als jij het niet ziet, bestaat het ook niet.’

Huh?

‘Wat zie ik niet?’

‘Wat ik zie,’ was zijn korte en cryptische antwoord.

‘Leg eens uit?’ vroeg ik geïrriteerd.

‘Misschien ooit. Maar niet nu. Niet nu.’

****

Eenmaal aangekomen, stapte hij uit de wagen om niet meer gezien te worden. Waarschijnlijk om af te gaan koelen van zijn boosheid waarvan ik nog steeds niet begreep waar ik dat aan te danken had.

Even later, toen ik bezig met het plaatsen van de overgebleven kazen in een van de schuurkoelkasten, spookte het rare gesprek en de situatie met de tuthola’s nog steeds door mijn hoofd. Plotseling verscheen de man die zich nog steeds Alles noemde – maar die ik in mijn gedachten voortaan de Meesterlijke Kusser zou noemen. Want die kus, die zal ik van mijn leven nooit meer vergeten. En ja, ik besloot me te focussen op die geweldige kus, want zijn intelligente, maar tegelijkertijd verwarrende levenswijsheden die vol emotie werden gebracht, dat was te verwarrend voor me. Hij stond plotseling in de deuropening. Maar hij was niet afgekoeld. Nee. Hij was … iets anders.

‘Ik word gek van deze …’ hij stopte om na te denken ‘… vakantie. Ik heb teveel energie óf frustratie óf ik weet niet wat dit gevoel is, maar het moet stoppen. Geef me iets te doen. Alsjeblieft.’ Zijn stem klonk gealarmeerd, geïrriteerd en wanhopig.

Deze man, die wellicht een aanzienlijke rol speelt in de maatschappij en van wie de testosteron lijkt te bruisen uit elke porie van zijn lichaam, kuste me slechts een paar uur geleden alsof mijn leven ervan afhing, bracht de tuthola’s tot razernij en gaf me daarna les in de kracht van hart en geest. Hij was sexy, intens en wijs. Maar nu … nu had ik blijkbaar te maken met een ware Drama Queen? Hoe kan een mens zoveel verschillende kanten van zichzelf laten zien binnen een dag?

Toch begreep ik zijn behoefte om iets te willen doen. Ik ben ook zo, ik kan niet lang stilzitten. Van stilzitten word ik gek. Gelukkig valt hier altijd wel iets te doen in mijn zelfvoorzienende berghuis slash boerderij.

Ik sloot de deur en begon terug te lopen naar het huis. Hij volgde me met zware, ongeduldige stappen en over mijn schouder zei ik: ‘Als je wilt, kun je wat klusjes rond het huis doen. Je weet wel, repareren, verven, dat soort dingen.’

‘Deze man ziet eruit alsof hij een politicus of een architect of iets dergelijks is, Angie. Hij heeft niet bepaald de handen van een timmerman of een schilder …’ verklaarde mijn echtgenoot ineens.

‘O! Daar is de dan! Waar was je deze hele tijd? Heb je soms vakantie genomen zonder met mij te overleggen?’ vroeg ik aan mijn overleden man in mijn hoofd die geen antwoord gaf.

Ik liep met de Meesterlijke Drama Queen naar de andere schuur, de grote waar ook de tractor en dergelijke staan, en opende daar de kasten waar alle gereedschappen die een man ooit zou willen hebben te vinden zijn. Hij lachte opgelucht en begon meteen spullen bij elkaar te zoeken. Ik wist niet wat hij van plan was, en had ook geen specifieke klus voor hem, maar het leek mij dat hij daar heus wel slim genoeg voor was om zelf iets te verzinnen.

En zo kwam het dat ik de Meesterlijke Kusser (of misschien moet ik hem voortaan de Meesterlijke Klusser, ha ha!) rest van de dag niet meer heb gezien.

Nu zit ik met mijn hond aan mijn voeten op mijn favoriete sofa, die voor de open haard, te breien en naar muziek te luisteren.

‘Maak een boterham voor me,’ hoor ik ineens achter me.

‘Excuseer me?’ Ik verdraai mijn nek bijna om hem te kunnen zien. Hij staat met beide handen op zijn heupen bij de deuropening (wat is het met deze man en deuropeningen?) Zijn donkerbruine haar is helemaal in de war (schattig), zijn handen zijn vies – is dat modder op zijn knieën? – en zijn ogen staan wild.

‘O. Ben je soms te stoer om een boterham voor me te maken? Is dat te vrouwelijk voor je? Ben je daar te feministisch voor?’

‘Wat?’ Wat heeft deze man nu weer in zijn hoofd? Hoe is het mogelijk dat ik op een dag met zoveel verschillende mannen kennis maak? Ik tel ze af in mijn hoofd: 1. De Meesterlijke Kusser, 2. De Meesterlijke Klusser 3. De boze (want ja daar had ik nog geen Meesterlijke titel voor verzonnen), 4. De Meesterlijke Drama Queen en nu 5. Meesterlijk Onredelijk?

Hij heeft geen geduld voor mijn onbegrip en zet snel een paar stappen in mijn richting. Zodra hij bij me is, doet hij snel een stap achteruit. Het is alsof hij plotseling schrikt van iets. Dan bedekt hij plotseling zijn neus met zijn hand. Ruik ik soms vreemd?

Ik snuffel aan mijn oksels, maar ik ruik naar bloemen. Wat is er nu weer met deze man aan de hand?

Met zijn hand nog steeds voor zijn neus zegt hij: ‘Heb ik de deur niet voor je opengehouden toen je uit de auto stapte? Heb ik geen hout voor je gehakt? En de schuur geverfd?’

‘Nou zeg, houd je onderbroek aan. Waar komt dit vandaan? Last van PMS?’ Ik bedoel het als grapje, maar dat lijkt niet over te komen. Zijn ogen worden groot als die van een wild dier dat in het nauw gedreven is. Het is een beetje eng. De lucht lijkt om hem heen te trillen, alsof er een elektrische spanning in hangt.

Ik besluit geen risico’s te nemen, want hij ziet eruit alsof hij op het punt staat een hartaanval te krijgen en sta snel op: ‘Ik maak wel een boterham voor je.’

‘Doe er maar wat mayonaise op in plaats van boter, dat vind ik het lekkerst!’ Roept de Meneer Onredelijk me na.

***

Het is nu donker en ik heb een kampvuur voor ons aangestoken. De hemel is bezaaid met schitterende sterren en de nacht is helder, zij het een beetje fris. Daarom heb ik een zacht dekentje over mijn benen gelegd, terwijl Alles een oude jas van mijn oom heeft aangetrokken. We hebben marshmallows aan stokjes vastgemaakt, die we boven het vuur houden terwijl we loom naar de dansende vlammen staren. Hij zit aan de overkant van het vuur, en ik vraag me af waarom hij zo ver weg is gaan zitten en niet gewoon naast mij. Nu ik erover nadenk, lijkt het alsof hij er altijd voor zorgt dat hij een paar meter van me verwijderd is. Hij is nooit dichtbij genoeg om aan te raken. Altijd op afstand. Het voelt vreemd. Eigenlijk is alles aan hem vreemd, maar tegelijkertijd ook ontzettend intrigerend. En onweerstaanbaar sexy. Hij is een wandelende tegenstelling.

Ik begrijp nog steeds niet helemaal wat er zojuist met hem aan de hand was, maar hij lijkt na het eten wat kalmer te zijn geworden. Misschien is hij een van die mensen die nogal chagrijnig worden als ze honger hebben? Of misschien heeft het werken (hij heeft een groot stuk hekwerk rondom het terrein gerepareerd en geverfd) hem goed gedaan?

‘Vertel eens wat over jezelf. Ben je getrouwd?’ Vraagt hij plotseling, terwijl zijn blik naar mijn trouwring gaat die ik nog altijd draag.

‘Hij is overleden. Kanker.’ Ik haal mijn marshmallow naar me toe om te voelen of het al gesmolten is.

‘Ik ben niet getrouwd,’ verklaart hij zacht. Het dringt tot me door dat deze man veel te aantrekkelijk is om vrijgezel te zijn. Hij zal ongetwijfeld duizenden vrouwen aan zijn voeten hebben die hij kan veroveren. Waarom zou je jezelf beperken tot één keuze als je ze allemaal kunt hebben?

Hij bestudeert mijn gezicht intensief, alsof hij probeert de diepste gedachten in mijn hoofd te ontcijferen. De intensiteit duurt voort, en ik begin me wat ongemakkelijk te voelen onder zijn doordringende blik.

En dan, na een schijnbaar oneindig aantal seconden, verbreekt hij eindelijk de stilte met een zachte stem: ‘Ik zou alle vrouwen kunnen krijgen die ik wil … als ik dat zou willen …’

Heeft hij mijn gedachten gelezen?

Hij veegt met een hand langs zijn neus en knijpt zijn ogen samen terwijl hij peinzend voor zich uitstaart, verloren in gedachten.

‘Ben je soms homo?’ Floep. Er komt geen filter aan te pas. Mijn mond is me weer eens voorbij geracet. ‘Ik bedoel … omdat je zegt dat je elke vrouw zou kunnen krijgen als jij dat zou willen … dus dan denk ik dat je dat niet wilt? En je wilt het niet omdat je liever elke man wil krijgen?’

Hou je mond Angie, hou nou eens je grote mond.

‘Nee, ik houd van vrouwen. Ik vind ze geweldig. Zo zelfstandig en vol emotie.’ Hij lijkt weer in gedachten te verzinken en laat de zin onvoltooid hangen. Zou hij het over mij hebben? Doelt hij op mijn onafhankelijkheid en mijn emotionele diepgang? Ach, dat zal wel niet.

Hij haalt vervolgens zijn marshmallow uit het vuur en begint er behoedzaam stukjes vanaf te plukken. Ik doe hetzelfde. Samen genieten we van de stilte en de zoet smeltende lekkernij in onze monden. De heldere sterrenhemel werpt een magische gloed over het moment.

Nadat we allebei ons hapje op hebben, voel ik opnieuw zijn intense blik op me rusten. De tijd lijkt te vertragen, uitgerekt door de kracht van zijn doordringende ogen. Het is alsof hij iets belangrijks wil communiceren, maar het in stilte achterhoudt. Geduldig wacht ik, verwachtend dat hij spoedig zijn woorden zal vinden. Echter, na wat aanvoelt als een eeuwigheid (hoewel het waarschijnlijk maar een paar seconden zijn), blijft zijn mond gesloten. Ik begin me wat ongemakkelijk te voelen onder die intense blik.

Uiteindelijk besluit ik een einde te maken aan de stilte. ‘Wat nou weer? Moet je soms weer een boterham?’ Mijn frustratie is onmiskenbaar in mijn stem doorgedrongen.

Zijn stem klinkt zacht en verleidelijk: ‘Je moet nodig gekust worden.’

‘Wat?’

Na een paar onrustige momenten blijft zijn antwoord nog steeds uit. Deze man is werkelijk een enigma, nu eens kalm als een serene waterplas en dan weer een complete drama queen. Het voelt bijna alsof hij me in een emotionele achtbaan meeneemt.

En dan, hoor ik hem woorden uiten die me flink van mijn stuk brengen: ‘Je moet nodig gekust worden. En vaak. En door iemand die weet hoe.’

Wauw. Dat is … tenen krullend verleidelijk. Een tinteling verspreidt zich tussen mijn benen, een onmiskenbaar teken van opwinding. Gaat het dan nu echt gebeuren? Met de mysterieuze, ongelooflijk sexy man die hier voor me staat?

Mickey’s stem klinkt nuchter in mijn hoofd: ‘Hij zal dat waarschijnlijk tegen alle vrouwen zeggen, Angie. Het is vast zijn standaard openingszin…’

Een emmer koud water lijkt over me heen gegoten te worden bij die gedachte. Waarom raakt het me zo, alsof het persoonlijk is?

Ik sta op en begin het dekentje netjes op te vouwen, mijn handen trillen lichtjes. ‘Dat heb je al gedaan, weet je nog?’ Mijn stem klinkt koud en afstandelijk.

Zijn ogen tonen verbazing door mijn plotselinge reactie. Ik vermoed dat hij niet gewend is dat zijn standaardzinnetje niet werkt. Door zijn gedrag op de markt en het werk dat hij hier heeft gedaan was ik bijna was vergeten hoe onuitstaanbaar hij eigenlijk is.

Patrick staat nu ook op en komt naast me staan. ‘Ik ben moe. Ik denk dat ik maar eens naar bed ga,’ verklaar ik, terwijl ik mijn hond en mezelf richting het huis begeleid.

De Meesterlijke Player mompelt nog iets, maar de woorden bereiken me niet. Wat kan het me schelen? Ik kan haast niet wachten tot hij eindelijk wordt opgehaald.

****

De stilte van de nacht valt als een sluier over het huis, en ik lig rusteloos in mijn bed, omgeven door duisternis en flarden van dromen die me beangstigen. Plotseling verschijnt een vertrouwde stem in mijn gedachten, als een fluistering van de wind.

‘Angie,’ zegt Mickey’s stem zachtjes, dringend in mijn bewustzijn. ‘Het is tijd voor me om te gaan.’

Mijn hart bonst in mijn keel terwijl ik mijn ogen open, en daar staat hij, Mickey, naast mijn bed, badend in het zachte schijnsel van de maan. Zijn ogen, zo bekend en tegelijkertijd ook iets mysterieus bevattend, houden de mijne vast.

‘Wat?’ Kan ik slechts uitbrengen, mijn stem overspoeld door emoties die zich een weg banen door mijn verwarde gedachten.

Zijn aanwezigheid lijkt zich uit te strekken, als een geruststellende hand die mijn zorgen wegneemt. ‘Het is tijd voor me om verder te gaan, Angie,’ herhaalt hij, zijn stem doordrenkt van een mengeling van berusting en hoop.

De woorden raken me als een klap, en ik voel een golf van boosheid in me opwellen. ‘Verder gaan? Hoe kun je dit opnieuw doen? Me alleen achterlaten?’ Mijn stem trilt van frustratie terwijl mijn ogen zich vullen met tranen die ik probeer tegen te houden.

Mickey ‘s blik verzacht terwijl hij een stap dichterbij komt. ‘Angie, begrijp alsjeblieft dat je nooit echt alleen zult zijn. Die kracht diep van binnen, die pure energie, zal altijd bij je zijn. Jouw voorouders, ze leven voort in jou.’

Ik veeg de tranen weg, verward door de mengeling van emoties die door me heen golven. ‘Waarom vertrek je dan? Waarom laat je me opnieuw achter?’

Mickey glimlacht, een glimlach die zowel troostend als melancholisch is. ‘Ik ga omdat je klaar bent, Angie. Je bent klaar om verder te gaan, om te groeien. Je hebt een nieuw avontuur voor je, en ik wil dat je het omarmt.’

Een mengeling van angst en hoop strijdt om de controle over mijn gedachten. ‘Maar … hoe kan ik zonder je verder gaan? Hoe kan ik deze weg alleen bewandelen?’

Mickey stapt nog dichterbij, zijn hand rust zachtjes op mijn wang, maar ik voel hem niet, terwijl hij me recht in de ogen kijkt. ‘Je hoeft het niet helemaal alleen te doen. Diep van binnen zul je altijd verbonden zijn met de kracht die we delen. En we zullen elkaar weer ontmoeten, want onze essentie is onsterfelijk.’

Ik haal diep adem, mijn geest nog steeds in een wervelwind van emoties. ‘En als ik je mis? Als ik je nodig heb?’

Mickey glimlacht geruststellend. ‘Ik zal er zijn, op een andere manier. Je zult me voelen, weten dat ik bij je ben. En als je me echt nodig hebt, roep me dan. Ik zal luisteren.’

Terwijl ik zijn woorden absorbeer, begint er een vreemd soort rust over me heen te dalen. ‘Ik … ik begrijp het, denk ik.’

Mickey knikt begripvol. ‘Je hebt het in je, Angie. Ik heb altijd in je geloofd, en nu is het tijd dat je in jezelf gaat geloven.’

Terwijl hij spreekt, voel ik een mengeling van pijn en acceptatie zich vermengen in mijn hart. ‘Maar als je weggaat … hoe zal ik weten dat je er bent?’

Mickey glimlacht opnieuw, zijn ogen stralend met een diepe verbondenheid. ‘Ik zal er altijd zijn, vooral wanneer je me het meest nodig hebt. Vertrouw op je intuïtie, Angie. Je zult me voelen, want ik ben ook jou. En jij bent mij. Wij zijn één en we zullen elkaar weer ontmoeten.’ Mijn keel knijpt dicht en ik kan geen ademhalen.

‘Ik ga nu. We zien elkaar nog. Maar nu wordt het tijd dat je op je eigen innerlijke stem gaat vertrouwen.’

Met die woorden verdwijnt Mickey langzaam, zijn vorm vervagend in het maanlicht. Terwijl ik daar lig, omhuld door de nacht, voel ik een rust zich in mij nestelen die zowel vredevol is als verdrietig. Ik besef dat dit niet het einde is, maar eerder het begin van een nieuw hoofdstuk, een reis die ik alleen moet maken, maar nooit helemaal alleen en vooral nooit eenzaam.

Een paar uur later, als het ochtend is, word ik wakker van het zonlicht dat door het raam schijnt, en zie ik het dekentje dat ik zo zorgvuldig had opgevouwen, nu warm om me heen gewikkeld op het bed.

Huh? Heeft Mickey het deken op me gelegd? Of heb ik alles gedroomd?

Ik weet niet of mijn gesprek met hem echt is geweest of niet. Wat ik wel weet is dat ik hier lig, omringd door zijn afwezigheid en ik glimlach door mijn tranen heen, wetende dat Mickey nog steeds bij me is, zij het op een andere manier.

Ik huil, en ik huil en ik huil nog wat meer en doe het stilletjes totdat mijn ogen pijn doen. Het lijkt uren te duren, en net wanneer ik denk dat ik geen tranen meer over heb, zwaait plotseling mijn slaapkamerdeur open en staat De Vreemdeling weer in de deuropening.

Mijn mond springt open, bijna klaar om te vragen of hij ooit van kloppen heeft gehoord, maar dan word ik afgeleid door zijn onderarmen. Hallo, sexy armen met die aantrekkelijke aders … Hij draagt de cargobroek van mijn oom, gecombineerd met zijn witte overhemd dat hij nonchalant open heeft laten hangen, en zijn mouwen zijn opgerold. Zijn haar is in de war, en zijn gezichtsuitdrukking lijkt ergens tussen bezorgdheid en irritatie te zweven.

‘Je huilt weer,’ merkt de Meesterlijke Sexy Onderarmen op.

Ik veeg de tranen van mijn wangen en antwoord met een heel volwassen: ‘Nietes.’

Heeft deze man nooit van privacy gehoord?

Ik sla de lakens wild van me af en spring geïrriteerd uit bed. Wanneer halen zijn mensen deze ergerlijke man nu eindelijk eens op? Ik stamp naar de kledingkast toe, ergens beseffend dat ik alleen een hemd en een onderbroek draag, maar door alle emotie kan het me niets schelen dat hij me zo ziet.

Hij doet zijn handen op zijn heupen: ‘Welles.’

Ik: ‘Nietes.’

‘Welles, want het stinkt hier weer.’ Meersterlijk Irritant begint weer over stinkende tranen. Kan er iets niet raar zijn aan deze man?

Mijn geduld is nu echt op: ‘Kom je weer met die onzin?’

Wanneer hij na een paar momenten geen antwoord geeft, ga ik los: ‘Weet je wat? Volgens mij komen jouw mensen je niet halen, want ze zijn …  blij dat ze van je af zijn!’

Waarom ben ik eigenlijk zo boos? Pas later zal ik beseffen dat ik nogal een rare paar dagen achter de rug heb en dat mijn hersenen wat tijd nodig hebben om ervan bij te komen.

In mijn onderkleding, trek ik verschillende kledingstukken uit de kast om ze weer terug te stoppen, en bedenk ik dat ik het echt niet kan geloven dat ik ooit met deze man heb gekust. Oh mijn God! Hij is werkelijk onverbeterlijk! Met zijn alleswetende houding, zijn irritante arrogantie, zijn telepathische vermogens en de brutale manier waarop hij doet alsof hij hier kind aan huis is en zomaar in mijn slaapkamer komt wandelen en er toch telkens in slaagt om niet echt dichtbij me te komen en zijn … zijn … verleidelijke … irritante … alles!

‘Ben je nu boos omdat ik gelijk heb? Omdat ik zomaar binnenkom? Omdat ik niet dichterbij kom? Omdat ik je niet vraag waarom je huilt of omdat ik je niet troost?’

That’s it! De man kan gedachten lezen! Wat een klootzak zeg! Ik zou hem eigenlijk een klap op zijn kop moeten geven dat hij in alle opzichten mijn privacy schendt!

Maar de toon van zijn stem…  o mijn …  laag, nors en dodelijk serieus, het zet nogal wat van mijn zenuwuiteinden aan het tintelen.  Oké, al mijn zenuwuiteinden.

‘Okay, als jij toch zo goed weet wat ik denk, dan hoef ik je niet uit te leggen waarom ik huilde, Meesterlijke Wijsneus! En ik hoef niet getroost te worden! Ik heb je niet nodig! Ik heb niemand nodig! En ik weet niet hoelang het nog duurt voor je hier weg bent, maar is het mogelijk om vanaf nu iets minder oplettend en wijsneuzerig te zijn? Er bestaat zo iets als persoonlijke grenzen!’ Ik sta daar als een malloot zwaar adem te halen terwijl ik het bloed door mijn lichaam voel razen. Mijn ogen flitsen naar de zijne, onze blikken kruisen elkaar, en de intensiteit in zijn ogen geeft me het gevoel alsof er bliksemschichten door mijn aderen stromen.

Zijn ogen bestuderen rustig mijn opgewonden toestand.  Ze hebben weer die donkere blik, die gevaarlijke blik die naar believen lijkt te komen en gaan.

En zomaar ineens grijpt hij me. Mijn hartslag gaat tekeer terwijl hij zijn mooie lippen op mijn keel drukt. Het gebeurt zomaar. Het ene moment sta ik naar hem te gillen en het andere kust hij me ineens. Mijn reactie is zo vreemd … want ik laat het gewoon gebeuren! Zomaar zonder me te verzetten! Ik heb al tientallen jaren niet zo’n lust gevoeld en ik geef me er blijkbaar aan over.

Zijn zwoele lippen kussen me net onder mijn oor met een warme, krachtige tong die me daar likt. Zijn grote handen grijpen mijn hoofd en bewegen wild over de achterkant ervan. Ik ruik toffee en voel zijn adem in mijn nek en mijn handen belanden ineens op zijn gespierde bovenarmen waar ze hem grijpen en knijpen.

Hij ruikt zo lekker … ik zou hem wel willen likken. Wat zou hij doen als ik dat gewoon deed? Als ik gewoon mijn tong uitstak en die langs zijn hals en misschien ook zijn oorlel liet gaan?

Ik voel hoe zijn lippen zich van mijn hals losmaken en zie een zelfvoldane lach op zijn gelaat verschijnen.

Wat lach hij nou? ‘Gaat het soms weer niet goed met je?’

Hij bekijkt me op lome wijze en vraagt: ‘Hoezo?’

‘Nou. Je lacht anders bijna nooit,’ verklaar ik, maar dan voel ik zijn lippen hun aanval op mijn hals herpakken en besluit ik te genieten van het moment. Ik beeld me in hoe wij samen de meest heerlijke liefde bedrijven. Ik ken deze man niet, maar toch ook weer wel. Op een lichamelijke manier ken ik hem. Er is iets dierlijks en onvoorspelbaars tussen ons. Er is een grote kracht die hem naar me toe trekt, maar tegelijkertijd is er een ander gedeelte van mij die hem het liefst weg zou willen duwen.

Vanbinnen ben ik in oorlog met mezelf.  Ik geniet van zijn aanraking, maar geef me niet helemaal over aan mijn verlangens. Het is heel dubbel allemaal. Aan de ene kant wil ik niets anders dan zijn handen op mijn lichaam maar aan de andere kant voelt het ook als een hele prestatie dat ik deze man mij laat aanraken.

Het moment duurt niet lang, slechts een paar seconden. Maar dan, het is heel subtiel, maar ik voel dat hij wilder wordt. Gevaarlijker. Ik kan niet precies zeggen wat er verandert. Iets in de lucht wordt zwaar en benauwd. Zijn tanden, die soms over mijn huid schrapen, beginnen te bijten. Eerst zachtjes, speels. Dan steeds harder. Hij bijt me en laat vervolgens zijn tong over de pijnlijke plek bewegen. Het is opwindend en ik voel hoe het tussen mijn benen vochtig wordt. Maar het is ook een beetje angstaanjagend. Zijn ademhaling versnelt. Zijn neusvleugels verwijden. Zijn blik wordt intenser en donkerder, en het begint me steeds duidelijker te worden dat hier iets ernstigs aan de hand is.

Plotseling verstijft zijn hele lichaam terwijl ik het kleine mes tegen zijn zij aanhoud. Het mesje is een van de vele verborgen wapens die ik in dit huis heb rondhangen. Deze haalde ik snel uit de open lade van mijn bureau die achter me staat.

Wat hem precies bezielt dat weet ik niet maar hij lijkt er niet van te schrikken. In plaats van me af te gaan, trekt hij me dichter tegen zich aan, de pijn in zijn zij negerend. Wat mij bezielt weet ik nog minder. Waarom bedreig ik de man met een mes als ik eigenlijk door hem geneukt wil worden tot ik niet meer kan ademhalen?

Zijn bruine ogen bekijken me afwachtend en ik vecht tegen het erotische gevoel van mijn harder wordende tepels die tegen zijn harde borst aandrukken en mijn eierstokken die gillen van blijdschap. 

‘Heb je ooit iemand vermoord?’ Zijn fluisterende stem klinkt vreemd, bijna dierlijk, terwijl ik ineens besef dat ik hier in mijn onderbroek sta met een volstrekt onbekende man en hij lijkt helemaal niet onder de indruk te zijn van het feit dat ik een scherp voorwerp tegen hem aanhoud, waarmee ik hem zo ter plekke zou kunnen neersteken.

‘Ga van me af!’ Ik probeer met alle macht de angst uit mijn stem te houden. Wat is er eigenlijk gebeurd met Angie, die nooit bang is en angst als teflon van zich af laat glijden?

Maar hij gaat niet van me af. In plaats daarvan vraagt hij verleidelijk: ‘Is dat echt wat je wilt?’

Mijn antwoord is om het mes dreigend tegen hem aan te drukken. Hij lijkt ineens wakker te worden van de dierlijke trance waar hij in zat, laat me snel los alsof hij zich aan me verbrand heeft en neemt een paar stappen naar achteren. Ik doe hetzelfde en dan staan we daar hijgend elkaar aan te staren.

Na een paar keer knipperen vraag ik: ‘Wat moest dat nou voorstellen? Val je me aan of zo?’   Ik houd het mes voor me uit als waarschuwing dat hij moet blijven waar hij is en vooral niet dichterbij moet komen. Maar daar trekt hij zich niets van aan en neemt een stap dichterbij.

Hij torent flink boven me uit en antwoordt met een lage stem: ‘Dat was geen aanval, Engel.  Als dat zo was, zou je dood zijn.’

‘Engel? Ik ben geen engel. Mijn naam is … Angie.’ Ik weet niet wat ik denk te bereiken met mijn opmerking. Angelina betekent engel. Misschien dat hij me daarom zo noemt? Deze man … kan hij nog raarder worden? Ik schuif de gedachte opzij, besluit dat ik me niet laat intimideren en begin mijn mes behendig van de een naar de andere trillende hand te bewegen en houd me stoer. Het doet hem niets. Hij neemt een stap in mijn richting en ik neem een stap terug.

‘Blijf waar je bent.  Kom niet dichterbij,’ eis ik met een stomme trillende stem en maak mezelf wijs dat ik echt niet bang ben. Dat het gewoon de adrenaline is.

Na een paar stappen kan ik nergens meer heen en staan we neus tegen neus. Nou ja, mijn neus tegen zijn borstkas, want ik ben een stuk kleiner dan hij. Hij brengt langzaam zijn hand omhoog, en ik bekijk de beweging met een bonzend hart. Dan streelt hij met zijn vingers langs de blootliggende lijn van mijn schouder en leunt langzaam voorover voor een kus.

Hij voelt hoe ik het mes nu tegen zijn buik houd en zegt met een vreemd soort bewondering in zijn stem: ‘Ah, Engeltje. Altijd in de verdediging.’

Ik voel hoe mijn wenkbrauwen fronsen, en hij drukt snel zijn lippen op mijn voorhoofd, de prik van mijn mes tegen zijn buik negerend. Het moment lijkt eindeloos te duren. Mijn hart klopt als een razende. Het is stil hier en ik voel het sterke bonzen van mijn eigen hartslag. Hij knippert een paar keer, alsof hij ontwaakt uit een droom, en haalt diep adem. En dan … heel langzaam, doet hij een stap achteruit.

Zijn stem is laag en warm.  Mijn eierstokken zijn gestopt met gillen, maar nu zijn ze druk bezig om alles in mijn onderlichaam in brand te steken: ‘Waarom noem je me nooit meer Knapperling?’ Hij staart op me neer met een miljoen onuitgesproken dingen die in zijn ogen branden, maar ze beangstigen me niet meer. Hij lijkt weer zichzelf te zijn geworden. De wilde blik is weg.

Hij gaat op de rand van het bed zitten en trekt me naar zich toe.  Het enge moment lijkt voorbij te zijn. De dierlijke manier van kijken van zojuist is weg en hij lijkt weer in controle.

‘Gaat het weer? Moet ik me nog zorgen maken dat je me steekt?’ Vraagt hij, terwijl hij me met zich mee op het bed trekt. Waarom ik dit laat gebeuren, dat is iets dat ik me later me nog vaak zal afvragen. Maar nu niet. Nu doe ik wat hij zegt, al houd ik mijn mes nog steeds stevig in mijn greep.

Ik lig daar dus en hij buigt hij zich over me heen en plaatst zijn handen aan beide zijden van mijn hoofd, waardoor ik stevig op mijn plaats blijf. Met grote ogen en hyperventilerend druk ik me in het matras. We blijven zo een tijdje liggen, tot ik besef waar hij mee bezig is. Hij wacht tot ik kalmeer. Ik haal diep adem, kijk hem voorzichtig aan en vraag me af wat hij van plan is.

‘Beter?’ Vraagt hij.

‘Nee,’ fluister ik.

‘Jawel, dat ben je wel. Je wilt gekust worden … ik ruik het …’ hij snuffelt langs mijn gezicht.

Mijn hersens maken kortsluiting. Wat wil ik nou eigenlijk? Wat ben ik? Wie ben ik? Ben ik nou bang? Mijn hartslag vertelt me dat ik inderdaad bang ben, maar mijn opgezwollen meisjesdelen doen een beetje pijn en vertellen een heel ander verhaal.  Hij heeft plezier in mijn verwarring. Dat zie ik aan een soort gemene grijns die op zijn veel te mooie gezicht verschijnt.

‘Je wilt dat ik je vertel je benen te spreiden.’

Mijn gezicht wordt vuurrood. ‘Je bent weerzinwekkend.’

Met zwoele stem vervolgt hij zonder zich iets van mijn belediging aan te trekken: ‘Doe maar.  Lieg tegen me.  Zeg me dat je niet wilt dat ik mijn gezicht tussen je benen begraaf.  Want dat is het enige waar ik aan kan denken.’ Mijn hart bonst uit mijn borstkas maar hij gaat door: ‘Je wilt het. Je wilt je benen voor me uit elkaar doen zodat ik mijn gezicht tussen je dijen kan leggen en de pijn die je nu daar voelt met mijn tong kan verlichten.’

Een levendig beeld van hem dat precies dat doet, verschijnt in mijn hoofd en beïnvloedt mijn hele zenuwstelsel. Mijn hartslag versnelt. Mijn mond wordt droog. Ik hap naar adem, trillend. Hij ziet welk effect zijn woorden op me hebben en buigt zich naar mijn oor. Zijn stem is laag en hees.

‘Zeg alsjeblieft, en ik zal het doen.’

Ik kan niet praten. Ik kan alleen maar mijn hoofd schudden en bidden dat hij dit spel zal laten varen. Dat hij zich zal vervelen en voor altijd zal verdwijnen. Hij drukt een heel zacht kusje op mijn keel en fluistert dan: ‘Zeg alsjeblieft. Laat me je proeven.’ Hij snuffelt nog een keer langs mijn hals en haalt diep adem.

Ik kijk weg: ‘Nee. Ik zeg nee …. wat ben je eigenlijk aan het doen?’

 ‘Alles wat ik wil.’

Man, ik dacht dat ik eerder een verknoeid romantisch leven had (of eigenlijk geen romantisch leven), maar dit is hier is next level verknoeid. Dit is fucked up. Maar dan zonder het fucken. Wat jammer eigenlijk. Want ik durf te wedden dat deze man dat heel goed kan. Dat neuken. Hij is er waarschijnlijk een meester in. Hij zou pornosterren er les in kunnen geven. Tenminste dat is wat ik denk …

Of is het eerder wat ik hoop? O God wat nou als deze man juist heel slecht is in bed? Misschien is hij een van die eikels die denken dat omdat ze er een beetje knap uit zien (oké misschien niet een beetje maar heel erg knap) dat ze daarom ook geen moeite hoeven te doen tussen de lakens. Dat ze denken dat we een orgasme krijgen gewoon door naar ze te staren.  Ik denk dat de knapste mannen hele luie minnaars zijn. Hoe knapper hoe luier. En dit exemplaar hier spant wat betreft knapheidsniveau wel de kroon.

‘En wat is dat dan … precies?’ mijn stomme stem kraakt een beetje en ik slik.

Hij neemt de tijd om daarop te reageren. Ik voel hoe hij erover nadenkt, het in zijn hoofd overpeinst. Ten slotte zegt hij: ‘Ik weet het niet. Het is een honger. Een bijna allesverslindende honger …’ Hij klinkt verbijsterd. Het is duidelijk dat hij geen spelletje speelt, maar eerlijk gezegd geen idee heeft waarom hij ineens in mijn slaapkamer belandde.

‘Je weet het niet?’ Vraag ik, maar terwijl ik dat doe, staat hij abrupt op.

Ik kom overeind en de woorden vliegen er snel uit: ‘Waarom haat je mij zo?’

Hij draait zich naar me toe, en rust zijn bovenlichaam tegen de muur aan. Nu er weer een meter afstand tussen ons is, voel ik de spanning in de lucht hangen, als een zware, broeierige deken. Zijn blik, doordrongen van verlangen, boort zich in de mijne en dwingt me bijna om weg te kijken. Na een paar adembenemende momenten, fluistert hij uiteindelijk, zijn stem door emoties getekend: ‘Door jou voel ik me zo uit de hand gelopen … en dat ken ik niet. Zo ken ik mezelf niet. En ik ben bang.’

Mijn hart bonst wild in mijn borst, terwijl ik worstel om zijn woorden te bevatten. Bang? Voor mij? Onmogelijk. Ik kom overeind, probeer mijn eigen onzekerheid te verbergen achter een glimlach en antwoord zachtjes, mijn stem vol genegenheid: ‘Je hoeft toch niet bang te zijn voor mij, gekkie?’

Hij schudt langzaam zijn hoofd en beantwoordt met een diepe frons op zijn voorhoofd: ‘Nee, ik ben niet bang voor jou. Maar bang voor wat ik je aan zou kunnen doen als ik mezelf niet in de hand zou kunnen houden.’

Mijn hart slaat nog sneller. Wat bedoelt hij? Mijn nieuwsgierigheid brandt, maar ik laat het niet zien. In plaats daarvan vraag ik voorzichtig: ‘Waarom zou je dat niet kunnen?’

Hij haalt diep adem, zijn ogen afdwalend terwijl hij zijn innerlijke demonen lijkt te overdenken. ‘Omdat het idee te krachtig is. Omdat ik dingen met je wil doen waar ik levendige fantasieën over heb. Ik droom van de uiteenlopende dingen die ik niet met je zou moeten willen doen. Vleselijke dingen.’

Verbijsterd door zijn openhartigheid, herhaal ik onzeker: ‘Je bedoelt vreselijke dingen?’

Hij schudt zijn hoofd, een mysterieuze glinstering in zijn ogen. ‘Nee, vleselijke, ruige dingen. Hard en zacht tegelijkertijd. Ik wil je horen gillen.’

Mijn keel voelt droog aan, en ik slik moeizaam. ‘Van genot?’

Hij knikt langzaam, zijn verlangen nu onmiskenbaar. ‘Dat ook … en ik wil je pijn doen.’

Mijn hart stokt bij zijn bekentenis. ‘Lekkere pijn?’

Hij knikt opnieuw, en ik merk hoe een mengeling van opwinding en angst door mijn lichaam golft. Dit idee windt me ontzettend op, maar beangstigt me tegelijkertijd.

Voordat ik kan reageren, verontschuldigt hij zich plotseling: ‘Sorry. Ik weet niet wat me bezielde.’ Zonder verder iets te zeggen, draait hij zich om en verdwijnt uit mijn kamer, mij met mijn eigen verwarde gevoelens achterlatend.

2 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Connie's avatar Connie schreef:

    Wauw fantastisch! Heerlijke spanning opbouwen en dan weer mysterieus I love it!❤️

    Like

  2. Marijke Debusschere's avatar Marijke Debusschere schreef:

    ik begon te lezen , en kon niet ophouden. Het houd je zo in de ban wat gaat volgen en bam terug bij normaal. In gedachten wie is hij, buitenaards? Ik kijk al uit naar het volgende hoofdstuk.

    Like

Geef een reactie op Connie Reactie annuleren